
Weerwiki

CC-bliksem

Een wegtrekkende Cumulonimbus
Bliksem
Bliksem ontstaat door de wrijving van ijskristallen. Door de wrijving ontstaan er positief en negatief geladen deeltjes. De positief geladen deeltjes verzamelen zich in de bovenkant van de Cumulonimbus, terwijl de negatief geladen deeltjes zich in de onderkant van de wolk bevinden. Het aardoppervlak onder de Cumulonimbus is positief geladen. Tussen de positief en negatief geladen deeltjes vindt de afvoering van de elektrische lading plaats in de vorm van bliksem. Bliksem komt voor in verschillende soorten, namelijk IC-bliksem (Intra-cloud), CC-bliksem (Cloud-Cloud) en CG-bliksem (Cloud-Ground).
Cumulonimbus
De moeder van alle wolken. Deze reusachtige onweerswolk vormt vaak een reusachtig aambeeld in de atmosfeer. De onderkant van de wolk bevindt zich gemiddeld op ongeveer 1,5 kilometer hoogte en kan doorgroeien tot wel 12 kilometer in de hoogte, in zeldzame gevallen kan deze wolk zelfs doorgroeien tot 15 kilometer hoogte! (wel voornamelijk in de tropen). Na deze hoogte begint de stratosfeer en loopt de wolk tegen een inversie aan,. Dit houdt in dat de wolk niet meer verder kan groeien doordat de lucht in de stratosfeer steeds warmer wordt met de hoogte in plaats van kouder.
Grenslaaghoogte
De grenslaag is de onderste laag van de atmosfeer die zich aan het aardoppervlak bevindt. De hoogte van de grenslaag kan behoorlijk variëren, namelijk van maar vijftig meter hoogte tot wel 2000 meter hoogte! De rede van deze variatie is omdat deze laag van de atmosfeer het meest turbulent is van alle lagen, dit komt voornamelijk door de ruwheid van het aardoppervlak en de instraling van de zon aan het oppervlak. De instraling van de zon zorgt ervoor dat kleinere pakketjes lucht warmer worden dan hun omgeving, waardoor die luchtpakketjes gaan stijgen. Warmere lucht is immers lichter dan koudere lucht. De ruwheid van het aardoppervlak zorgt ervoor dat de windrichtingen en windsnelheden variëren, waardoor luchtdeeltjes in botsing komen. Door die botsingen ontstaan kleine wervelingen. Die wervelingen zorgen voor de welbekende turbulentie wanneer vliegtuigen gaan landen. De hoogte van de grenslaag wordt gekenmerkt door een inversie. In de winter na heldere nachten is deze hoogte maar zeer beperkt waardoor de lucht al snel tegen een inversielaag botst. De koude verzadigde lucht kan hierdoor niet meer stijgen en blijft hangen bij het aardoppervlak. Vaak ontstaat er dan mist.
Inversie
In normale situaties wordt de atmosfeer met de hoogte steeds kouder, gemiddeld daalt de temperatuur 1 °C per 100 meter hoogte. Bij een inversie is dit andersom, hierbij neemt de temperatuur toe met de hoogte. Inversies komen het meest voor na heldere nachten in de winter. Wanneer de nachten helder zijn vindt er uitstraling van warmte plaats van de grond naar de open atmosfeer, er zijn geen wolken die de uitstraling terugkaatsen naar het aardoppervlak, met als resultaat dat de temperatuur dichtbij het het aardoppervlak flink zakt. Aan het aardoppervlak daalt de temperatuur sneller dan op grotere hoogte: de inversie is geboren! Doordat de lucht aan het aardoppervlak snel afkoelt, raakt de lucht al snel verzadigd met vocht waardoor er mist of laaghangende bewolking ontstaat, die dan vaak waar te nemen is in de volgende morgen. Vaak lost de mist of bewolking in de middag weer op door instraling van de zon, waardoor de inversie doorbroken wordt. Echter kan dit tijdens de donkerste dagen langer duren of zelfs helemaal niet gebeuren omdat de zon dan heel zwak is. Vandaar ook de beroemde uitspraak: De donkere dagen voor kerst.